Diskjockeys
Maandag, 23 april 2018 - Geschreven door Jacques Schmoller
Soms lijkt het net alsof radio-diskjockeys precies weten wat er op een gegeven moment bij de luisteraar(s) leeft. Tenminste, dit vermoeden kreeg ik zondagmiddag 22 april 2018. Zittend in de bus op de terugweg van de thuiswedstrijd tegen Alphen Eagles (20-8), die door een scheidsrechterstekort in Almere-Haven werd gespeeld. Het ene na het andere nummer op Radio 10, dat luidkeels door de spelers van Nijmegen Pirates werd meegeblèrd, had betrekking op de zojuist gespeelde wedstrijd.

Voorafgaand aan de wedstrijd was er twijfel. Twijfel over de sterkte van Alphen Eagles. De ploeg had in de jaren 2011 t/m 2015 in de finale om het Nederlands kampioenschap, de Tulip Bowl, gestaan waarvan in 2012 t/m 2014 werd gewonnen. Omdat er van die sterke formatie veel spelers waren gestopt, vertrokken of van positie waren veranderd, hadden ze aan kwaliteit ingeboet. De vrijwillige degradatie naar de eerste divisie na het seizoen 2016 viel dan ook te begrijpen, maar hoe sterk waren ze nu?
Kwantitatief ontliepen de twee teams elkaar niet, maar kwalitatief? Dankzij het betere schraapwerk stonden aan beide kanten een kleine 20 gladiatoren op de nieuwe, mooie grasmat. Bij de gasten ontbraken een paar sterke troeven, waardoor het aantal spelers van het kampioenteam van voorheen op de vingers van één hand waren te tellen. De op vreemde bodem spelende thuisploeg greep terug op een beproefd recept: gedisciplineerd spelend de evt. fouten of tekortkomingen van een medespeler ongedaan maken. Waar de éne speler niet verder kon, nam een ander zijn positie met extra motivatie in. Voorbeelden daarvan waren Thomas de Ruiter met een ‘game-changing’ fumble recovery, ‘good old’ Roel van Teeffelen die zowaar bleek te kunnen tackelen en Isaiah Trouwloon die in het belang van het team zijn positie als quarterback opgaf en zelfs als receiver een pass van zijn nagenoeg foutloos spelende opvolger Jameson Paesch ving voor een touchdown.
De aanval van beide ploegen kon in het eerste kwart zijn draai niet vinden met een logische 0-0 tussenstand na 12 minuten zuivere speeltijd. Het bleek aan Nijmeegse kant slechts stilte voor de storm te zijn. Want al snel in het tweede kwart was Bahador ‘Tank’ Bahmanipour weer eens niet te stoppen. Zijn run eindigde in de endzone, goed voor de 6-0. Bahmanipour deed dit nog eens dunnetjes over voor de 2-point conversion: 8-0. Reinout Jansen had een week eerder voor het eerst een touchdown gescoord. Dit scheen zo goed te zijn bevallen dat de tight end er een tweede aan toevoegde, na een pass van Paesch. Waardoor de 14-0 op het scorebord verscheen.
Beide teams grossierden in beginnersfouten, zoals een bal vangen voor een interceptie dicht bij de eigen endzone op een 4e down. Na een touchdown-run aan Alphense kant gevolgd door een korte pass betekende een 14-8 ruststand.
Het minimale aantal spelers en de benauwde warmte eiste zijn tol in de tweede helft. Het begon te lijken op een aflevering van 911, want het aantal blessures bij Pirates groeide bijna met de play. Maar niet nadat Trouwloon met zijn gevangen pass er 20-8 van had gemaakt, daarmee de Nijmegenaren enige lucht gevend. De verdediging van Pirates stond als altijd als een huis en zo kon rustig de klok uitspelend het einde worden gehaald.
In de bus op de terugweg begon de muzikale omschrijving van de voor velen onverwachtse Nijmeegse zege. Na Imagination met “Just an illusion” bleef Paul McCartney optimistisch met “Hope of deliverance” en omschreef Bruce Andrews de stemming goed met “Geil”. Alsof ze er zelf bij waren geweest zong en speelde Queen “A kind of magic” daarmee een geslaagde wedstrijd benadrukkend.